Tribute to Julian B. Coco van Tim en Katrein Breukers in Hotel Maria Kapel

Om aan de discussie mee te doen, klik je de   die naast elke paragraaf verschijnt.

Tribute to Julian B. Coco van Tim en Katrein Breukers in Hotel Maria Kapel

Tribute to Julian B. Coco

Het Domein voor Kunstkritiek denkt na over hoe te reflecteren op de alsmaar veranderende kunstpraktijk. Vanuit het onderzoeksproject Laboratorium Actuele Kunstkritiek (LAK) stelden we de vraag of digitale instrumenten daarbij behulpzaam kunnen zijn. We experimenteren hier met het format Debat Online. Het biedt de mogelijkheid om iedereen die bij het kunstproject Tribute to Julian B. Coco van Tim en Katrein Breukers betrokken is, online ook een stem te geven in de reflectie op het project.

DEBAT ONLINE is een project van: Laboratorium Actuele Kunstkritiek, Domein voor Kunstkritiek en het Institute of Network Cultures
Mogelijk gemaakt door: Fonds Podiumkunsten, Mondriaan Fonds
Tekst: Manus Groenen en Daphne Rieken
Design: Template

Om aan de discussie mee te doen, klik je de   die naast elke paragraaf verschijnt.

Tim en Katrein Breukers deden tijdens hun residentie bij Hotel Maria Kapel twee maanden lang onderzoek naar de nalatenschap van muzikant en goede vriend van hun oma, Julian B. Coco (1924-2013). Broer en zus Breukers proberen zich op een persoonlijke manier te verhouden tot zijn geschiedenis. Het is geen conventioneel onderzoek. Eerder een wervelwind waarin ze het onderwerp naar zich toe trekken en allerlei mensen vragen om hetzelfde te doen. De vraag voor beschouwers is: hoe krijg je inzicht in dit soort projecten waarbij het proces zo’n belangrijk deel van het werk uitmaakt?

In 2012 publiceerde criticus en theoreticus Claire Bishop Artificial Hells: Participatory Art and the Politics of Spectatorship. In dit boek bespreekt ze de praktijk van- en de reflectie op ‘participatory art’: een vorm van kunst produceren die van toepassing is op het werk van de telgen Breukers. Het zijn projecten waarin de kunstenaar zichzelf minder ziet als de individuele maker van objecten, maar meer als een producent van situaties waarin het publiek niet langer alleen maar toeschouwer is: “the work of art as a finite, portable, commodifiable product is reconceived as an ongoing or long-term project with an unclear beginning and end; while the audience, previously conceived as ‘viewer’ or ‘beholder’, is now repositioned as co-producer or participant.” Bishop stelt dat het wezen van dit soort projecten lastig te kennen valt omdat eigenlijk alleen de betrokkenen er goed zicht op hebben.

Beschouwers zijn bij het bestuderen van projecten waarin het werkproces en allerlei sociale relaties een belangrijke rol spelen meestal afhankelijk van verhalen van de betrokkenen over het verloop van dat proces. Bishop: “Very few observers are in a position to take such an overview of long-term participatory projects: students and researchers are usually reliant on accounts provided by the artist, the curator, a handful of assistants, and if they are lucky, maybe some of the participants.” Is het dan al van waarde om dit proces als criticus ter plaatse te documenteren, zodat het inzichtelijk wordt voor latere beschouwers? En hoe doe je dat eigenlijk, het proces documenteren? "Today’s participatory art is often at pains to emphasise process over a definitive image, concept or object. It tends to value what is invisible: a group dynamic, a social situation, a change of energy, a raised consciousness. As a result, it is an art dependent on first hand experience, and preferably over a long duration (days, months or even years)." Hoe kunnen we als beschouwers ook deze sociale dynamiek vangen?

Bij Tribute to Julian B. Coco probeert het Domein voor Kunstkritiek een kritische getuige te zijn. We zijn daarin echter vanzelfsprekend beperkt door de realiteit: we kunnen als critici niet gedurende het gehele maakproces fysiek aanwezig zijn en zelfs in dat geval zou onze blik slechts één perspectief bieden. We hebben gestreefd naar een positie met een goede balans tussen subjectieve betrokkenheid en objectieve afstand om zo de waardevolle aspecten van het voortraject te kunnen vangen. Het digitale format waarin u de tekst momenteel leest, biedt ons verder de gelegenheid om andere stemmen van binnenuit aan het woord te laten. We hebben de kunstenaars, directrice van HMK Irene de Craen, en andere deelnemers uitgenodigd om onze tekst te voorzien van op- en aanmerkingen vanuit hun persoonlijke perspectief. Dit format, dat we Debat Online hebben genoemd, werd in het kader van het Laboratorium Actuele Kunstkritiek ontworpen door Marlon Harder en Lasse van den Bosch Christensen ( Studio Template).

Tribute to Julian B. Coco

Julian B. Coco (1924-2013) was bij Tim en Katrein Breukers vooral bekend als vriend van de familie: oma Els Breukers en Coco leerden elkaar kennen op het conservatorium. Familie, en dan vooral de eigen familie Breukers, is in hun afzonderlijke werk een terugkerend thema en zal in dit project ook weer een rol gaan spelen. Het zit sowieso al in het feit dat het gehele project ontstaat vanuit de eerste officiële samenwerking tussen broer en zus Breukers, die eerder vooral los aan hun individuele kunstenaarspraktijk hebben gewerkt. De figuur van Coco prikkelde ook de verbeelding omdat beide kunstenaars graag de grenzen van de beeldende kunst overstijgen. Coco was een getalenteerd Curaçaos muzikant en beheerste vele stijlen. Hij was tevens de eerste muzikant die aan een Nederlands conservatorium is afgestudeerd met gitaar als hoofdvak. Coco wist in zijn werk een brug te slaan tussen traditionele westerse en Latijns-Amerikaanse muziek.

Een van de eerste hits op Youtube toont Julian B. Coco op een podium, in zijn hand zijn gitaar en om hem heen een orkest. Maar er wordt geen muziek gemaakt. Coco is druk met iets anders dan muziek, hij oreert.  Of misschien beter geformuleerd: hij debatteert. Ook voor wie geen Papiaments verstaat is het duidelijk dat de gemoederen hoog oplopen. Een man uit het publiek legt hem het vuur aan de schenen en Coco beantwoordt vuur met vuur. Niet alleen in woord en gebaar. Hij pakt zijn gitaar en vol gif slaat hij zijn eerste akkoord aan. Dit is niet het einde van het gesprek, maar een volgende passage in de discussie tussen de twee mannen.
Deze beelden snijden onderwerpen aan waar Tim en Katrein Breukers zich ook voor interesseren. Wat is de verhouding tussen performer en publiek? Waar begint en eindigt de performance? Vooral Katrein heeft in haar werk een duidelijke voorliefde voor de taal van de podiumkunsten: decor, kostuum en muziek zijn terugkerende motieven. Maar ook Tim kiest steeds vaker voor de performance als middel om zijn ideeën vorm te geven. Daarbij groeit zijn werk tegenwoordig regelmatig uit tot grote installaties waarin het publiek een actievere rol krijgt toebedeeld.

5 Maart

Begin maart krijgen we voor het eerst toegang tot wat er in Hotel Maria Kapel gebeurt. De kunstenaars beginnen een blog over het tot stand komen van Tribute. Het blog voelt als een collage in tekst, stilstaand en bewegend beeld (vooral gifjes), die qua beeldtaal doet denken aan de collages zoals Tim die vaker maakt. Op 3 maart verschijnt de eerste foto “Kat als Coco” waarop de platenhoes met het hoofd van Coco een masker is geworden voor het gezicht van Katrein. Om de paar dagen verschijnt er iets nieuws. Van een oud krantenbericht over Coco tot ongrijpbare gifjes met sculpturen van Tim, donuts, gremlins, vlammen en de tekst “there better be food”.

Vanaf 13 maart beginnen er beelden te verschijnen van de kapel van Hotel Maria Kapel waarin gewerkt wordt, sculpturen en installaties beginnen langzaam te groeien: we zien oud werk van beide kunstenaars, maar ook nieuwe objecten als een T-shirt met een ruw geschilderd portret van Coco en een grove maquette van de kapel zelf, die ook langzaam gevuld raakt met allerlei spullen. Bijzonder grappig is het reusachtige portret van Coco dat Katrein met een naaimachine in elkaar zet. De losse onderdelen van zijn gezicht kan je als kussentjes gebruiken. Het blog geeft een mooi beeld van de artistieke beeldtaal en werkwijze van de kunstenaars en lijkt op dezelfde intuïtieve wijze te groeien als de expositie in de kapel. Het is dan ook meer dan een documentatie middel, het is verweven met de expositie. In de kapel krijgt het een fysieke ‘analoge’ plek in de vorm van uitgeprinte blogposts. Coco blijft op het blog een vrij mysterieus figuur, waarvan vooral het gezicht in verschillende vormen verschijnt.

8 april open atelier

Op 3 april verscheen er al een nieuw gezicht op het blog: namelijk dat van Garda. Garda (Ze begint te lachen als ik haar vraag om haar volledige naam. “Ik heet geen Garda, maar iedereen kent me als Garda. Zowel hier als op de Antillen.”) groeide op op Curaçao en ze keert nog regelmatig terug naar het eiland. In een interview op radio WEEFF, dat deels in het Papiaments uitgezonden wordt, vertellen de kunstenaars over de belangrijke rol van Garda als adviseur, medemaker en als brug naar de Antilliaanse gemeenschap van Hoorn. Ze maakt samen met Katrein de kostuums die op de opening gedragen zullen worden. De kleurrijke stoffen koos Katrein op advies van Garda.

Vandaag is het open atelier en Garda en Katrein werken samen alsof ze dit al jaren doen. Uit de kleine gesprekjes over stof en snit proef je vertrouwdheid, met het werk en met elkaar. Meetlint om je nek, en de spelden tussen je lippen. De vertrouwdheid is vermengd met nieuwsgierigheid: Garda probeert zich voor te stellen hoe de ruimte er op de opening uit zal zien, wie de kostuums zal dragen en wie het festival zal bezoeken. Katrein verbeeldt zich hoe de traditionele kledij tijdens de oogstfeesten in Curaçao gedragen wordt. Hoe je het dient te dragen -  en hoe het dient te zitten.

Tijdens het open atelier brengt een van ons ook voor het eerst een bezoek aan de kunstenaars. Deze dag zal later op het blog verschijnen als “Jay, Daphne en De Pikaballen”. Hieronder volgt een live-verslag van die middag. De tekst is ter plaatse geschreven. We nemen het integraal op om te kijken of je het procesmatige van het werk van de Breukers door kan laten sijpelen in de teksten die je over het werk publiceert. Bij binnenkomst krijg ik een stapel boeken toegeschoven en ik begin meteen met mijn research. Ik blader door Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin van Jan Brokken. Ik lees het interview dat hun oma hield met Coco. Het is alsof alles meteen een relatie aangaat met het werk dat om mij heen aan het ontstaan is. Mijn research krijgt ter plekke zin en betekenis. De barrière ruimte en tijd vervalt. Waar ik normaal thuis mijn secretaire openklap, de teksten lees en me de beelden probeer voor te stellen of in detail probeer te herinneren, is hier sprake van een soort gelijktijdigheid. Ik kijk, ik lees en kijk en hoor en zie opnieuw. En niet alleen het eindresultaat maar ook hoe het gemaakt wordt. Het is een andere manier van geïnformeerd worden.

Haakje openen [ Julian B Coco studeerde tegelijkertijd met oma Els Breukers aan het Amsterdamsch Conservatorium. In oktober 1982 interviewt ze hem voor het Engelse muziekblad Guitar. Het is alsof ze elkaar nog nooit eerder spraken. Citaat:

Do you prefer classical to Latin-American music?”

No. Why should Bach be bettter than folk? Both traditions are very beautiful, but you cannot state precisely, the ‘why ‘ of it. In trying to define beauty you devaluate it.”

Beauty – define beauty.

Maar Els en Julian kende elkaar goed. Julian B. Coco was een huisvriend van de familie Breukers.

HMK ter plaatse –er vormt zich een duoschap. Niet (alleen) tussen broer en zus Breukers.  Tim wordt ook vol ijver geholpen door Jay (5). In het Nederlands, Engels en Papiaments weet hij te reageren op wat hij ziet – en wat zij samen bouwen.  Hij vraagt Tim “Waar ken jij mij van?” En pas een paar uur later: “Wie is die man op die posters?” Julian B. Coco.

Beeldrijm. Jay draagt een pet – op zijn T-shirt net zo’n petje.

Julian Coco was een huisvriend. Define huisvriend. Kunstenaarsfamilies hebben huisvrienden.

HMK  ter plaatse – Katrein werkt met Garda, de oma van Jay aan folkloristische jurken voor de performance op 22 april. De klederdracht wordt nu vooral nog gedragen tijdens de oogstfeesten op Curaçao. Wat draag je onder zo’n rok? Bij voorkeur: Alpergata / pargata  sandalen van autobanden. Zouden we ze terug zien de 22e?

Maar nu eerst is het mooi weer – en worden de sculpturen door Tim en Jay in processie naar buiten gedragen. Na een korte rangschikking is de beeldentuin klaar voor zijn bezoekers.

Een vaste bezoeker van HMK vertelt dat zijn ouders (grootouders?) altijd trots vertelden over hun contact met Joop den Uyl. Ze leven niet meer – maar recentelijk bleek uit een stamboomonderzoek dat ze ook nog verre bloedverwanten zijn. Hij had het ze graag nog verteld.

Garda kende Julian B. Coco alleen van horen zeggen. Ze dacht niet van experimentele Jazz te houden. Totdat ze een keer bij een concert kwam – “nee niet van Coco.  Je moet er gewoon bij zijn. Dan weet je pas hoe het is.”

Om 16.00 begint de documentaire Wie is Julian B. Coco? Die vraag blijft volledig onbeantwoord. In een prachtige jaren zestig tv-decor wijdt Coco wél uit over de techniek en stijl van allerlei stromingen in de muziek . We krijgen college-

Het publiek gaat na afloop nog even verder met het uitwisselen van kennis.  Er zijn ook pasteitjes en pittige pikaballen.

Katrein: “Als Coco binnenkwam was het alsof er een godheid binnen kwam. Er werd geroepen en gezoend, en over en weer: ‘wat zie je er góéd uit’. “

Haakje sluiten ]

22 april het openingsfestvial

Vandaag is de dag van de opening. Om 15.30 begint de muziekschool onder leiding van Michael Simon met de uitvoering van een aantal nummers van Coco. Zij zijn die ochtend samen met de kunstenaars bij elkaar gekomen en het optreden is eigenlijk een vervolg op de workshop. Het gaat niet om de perfecte uitvoering maar om het samen ontdekken van de potentie van de muziek. Katrein: “In een documentaire over Coco hoor je hem zeggen dat het er niet om gaat dat je zo mooi mogelijk speelt, maar dat je meedoet. [...] We werken dus echt in zijn geest.” Gedurende de dag zullen verschillende mensen uit het publiek zich spontaan aanmelden om mee te spelen, of te dansen. Darlenne Westmaas draagt in het Nederlands en in het Papiaments een gedicht voor van Coco en Jules de Palm. Zij is al een tijdje bij Tribute betrokken en heeft veel mensen uit de Antilliaanse gemeenschap uitgenodigd om vandaag te komen. De opkomst is nu een mix van vrienden en familie van de kunstenaars, vaste bezoekers van HMK en mensen die Coco kennen en/of van de Nederlandse Antillen komen.

De vader van Tim en Katrein pakt zijn accordeon en speelt ook iets van Coco. Hij vertelt over hoe het er vroeger thuis aan toe ging, een grote muzikale familie die wel hield van een feestje. “Toen mijn moeder naar het conservatorium ging, verdrievoudigde het aantal feestjes. Er kwamen altijd muzikanten over de vloer en waar muzikanten komen is muziek.”
Je krijgt ook meteen een beetje een beeld van waar Tim en Katrein vandaan komen. Hun vader, de accordeonist bouwde een podium in de woonkamer, hun moeder had een kinderatelier aan huis. En Tim en Katrein deden overal aan mee. In een interview met het Noordhollands Dagblad zegt Tim hierover: “Als er geïmproviseerd werd, dan was het echt.” En dat is wat ze hier in Hoorn ook weer doen, improviseren, een moment creëren waarin iets oprechts kan ontstaan.

Op het blog staan na afloop de foto’s van een vrolijk publiek. Ze zitten klaar voor het eerste optreden – iedereen kijkt lachend de camera in. Er is taart en er zijn hapjes. Op een volgende foto zie je mensen die taart eten aan de bar die Tim met elf meter verlengd heeft. De bar bevindt zich in een ruimte die normaal gescheiden is van de expositieruimte, maar de kunstenaars hebben hem dit keer bij de tentoonstelling betrokken. De bar werd zo letterlijk deel van de expositie en een podium voor wat Bishop noemt: ’a group dynamic, a social situation, a change of energy.

Er wordt dan ook flink gedronken en gekletst rond deze bar. De kunstenaars hechten waarde aan het samenbrengen van mensen. Ze hebben zich volgens hun projectplan laten inspireren door het concert als ‘collectieve beleving’: Uit dat plan: “We hopen dat door het onderwerp muziek de persoonlijke ervaring van het bezoeken van een expositie, en de gezamenlijke beleving van het bezoeken van een concert, samenvloeien in onze eindpresentatie.“ Ze beschrijven ook de potentie van de ruimte zelf. “De kapel als plek voor samenkomst (social meeting) en openbare rituelen.” Het betrekken van de bar bij de rest van de expositie is een duidelijke bevestiging van de tentoonstelling als plek voor sociale interactie.

Wij zoeken naar manieren om het publiek ook bij de reflectie op Tribute to Julian B. Coco te betrekken. Het Domein ontwierp voor een ander project al een ansichtkaart waarop in zwarte inkt de contouren van een mens gestempeld zijn. Het is aan het publiek de contouren in te kleuren. Deze keer benaderden we bezoekers met de vraag: “Hoe verhoud jij je persoonlijk tot wat je hier ziet en meemaakt?’ We moedigden hen aan hun associaties te delen, herinneringen te noteren, zonder taal te reageren: ‘Kleur, teken en improviseer.” De bezoekers reageerden uitbundig, met prachtig uitgewerkte tekeningen, tot woelige lijnen en massieve kleurvlakken.

Een aantal gaan over Coco zelf. De een noemt hem een storyteller, en geeft hem een spreekballon omdat Coco op het podium nooit z’n mond kon houden. Een ander tekent een eenvoudig hartje, zijn hart voor muziek wordt er bij vermeld. En: “Hij bleef altijd de simpele jongen, maar met veel talent.” Als Katrein aan het eind van de dag door de stapel ansichten heen kijkt, haalt ze er één uit. De minst uitbundige, en minst opvallende van het stel. “Deze vind ik leuk.” In het poppetje is alleen in sober grijs het raam van de kapel getekend. Het blijkt de kaart die Tim zelf ingevuld heeft. Hun blikken zijn de afgelopen maanden nog meer met elkaar vergroeid geraakt.

Het uitdelen van de ansichtkaarten werkte als een laagdrempelige manier om met bezoekers in gesprek te gaan. Een van hen is op Curaçao opgegroeid  en herinnert zich het eerste moment dat hij Coco op t.v. zag nog levendig. Hij was diep onder de indruk van zijn muziek. Vandaag komt hij voor die herinnering aan Coco. Hij is blij met de aandacht die er nu is voor de muzikant. “Antilliaanse kunstenaars raken snel in de vergetelheid. Hier krijgt het een podium, een tribute zelfs.”

13 mei bezoek Hoorn

De dag na de opening lijkt het project voltooid, op het blog verschijnt de laatste post en in de kapel is de installatie die tot de dag daarvoor nog in wording was gestold tot een afgerond geheel. Wij bezoeken op 13 mei nog een keer Hotel Maria Kapel en kijken terug op het hele traject. Het is lastig om dit soort projecten enkel te beschrijven vanuit de traditionele kunstkritische blik die zich richt op voltooide producten. Het ontbreekt in de kunstbeschouwing aan een methodiek en een breed genoeg begrippenkader die recht doen aan de volledige waarde van dit type projecten. Hoe wegen we het fysieke eindresultaat af tegen de waarde van het werktraject dat eraan vooraf ging en de menselijke contacten die daarin zijn aangegaan?

Het sociale aspect van het project is moeilijk terug te vinden wanneer je de expositie na de opening bezoekt, alleen de namen van Jay en Garda zijn terug te vinden op sommige objecten. Bij binnenkomst voelt de sfeer van de ruimte nog steeds als een kleurrijk atelier, waarin gewerkt wordt, waar nog niets ‘af’ is en alles nog kan veranderen, maar toch oogt het vandaag ook als een leeg podium. De intermenselijke dynamiek uit het werkproces en zoals die tijdens de opening plaatsvond, is onzichtbaar geworden en het publiek krijgt zijn traditionele rol als passieve toeschouwer weer terug.

De expositie is politiek geëngageerd in zoverre dat een enigszins vergeten historisch figuur, Julian B Coco in ere hersteld wordt, wiens levensverhaal veel mogelijkheden biedt om te reflecteren op interculturele contacten, postkoloniale betrekkingen en de rol die de kunsten daarin spelen. Deze onderwerpen zetten op een subtiele wijze voet in de tentoonstelling. Op drie maart maakt Tim vanuit de kapel een foto van een miniatuur van de David van Michelangelo. Op de achtergrond rijst op het marktplein van Hoorn het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op. Het is een kleine historie van de beeldhouwkunst. Van de renaissance met de Bijbelse figuur David die de grote reus Goliath versloeg tot het negentiende -eeuwse bronzen standbeeld van een inmiddels in opspraak geraakte ‘VOC-held’. Tim voegt zijn sculptuur aan het rijtje toe. Hij meet de exacte maten van het standbeeld van Coen en bouwt een abstracte replica. In wat eerst de sokkel was, komen nu kussentjes. Dit werk heeft niets heroïsch meer. Tijdens de opening drinkt iemand er een biertje, en speelt er een meisje met een bal in dezelfde kleuren als de kussentjes.

Maar je doet de politieke zeggingskracht te kort als je het reduceert tot de thematiek, het zit ook in de werkvorm. Die streeft naar een plek waar je elkaar kunt ontmoeten en het creëren van iets gemeenschappelijks. Is dat gelukt, is er een betekenisvolle uitwisseling tussen de kunstenaars en de (Antilliaanse) gemeenschap van Hoorn ontstaan? Het proces verliep soms stroef. Wanneer je kijkt naar de schaal en de intensiteit van de onderlinge contacten dan is de opbrengst mager. Maar kan je zoiets meten in het aantal mensen dat elkaar ontmoet hebben, en het aantal keer dat ze elkaar ontmoet hebben? Als je ziet hoe Jay tijdens de opening naar Tim kijkt dan weet je dat daar iets gebeurd is. Jay is volgens zijn oma een echte druktemaker, maar tijdens de uren in de kapel is hij rustig en werkt hij mee aan de sculpturen van Tim. Op een onbewaakt moment staat hij in een werk te zagen dat eigenlijk al af was. En waarom ook niet? Hij was onderdeel van dit maken, hij koos waar welke plank kwam. Híj bedacht dat het tijd was om de sculpturen naar buiten te dragen. Helaas is Jay pas vijf en werd die zaag snel weer uit zijn handen genomen.

Laten we tot slot vooral niet vergeten de artistieke, kunstzinnige waarde van het geheel te benadrukken. Het resultaat is een complexe, chaotische vervlechting van allerlei thematieken, kunstvormen, relaties en verhalen geworden. Dat levert een artistieke ervaring op die ingebed is in, we citeren Claire Bishop: “an autonomous regime of experience that is not reducible to logic, reason or morality.” Zoals zij mooi zegt:“instead of extracting art from the ‘useless’ domain of the aesthetic to relocate it in praxis, the better examples of participatory art occupy an ambiguous territory between ‘art becoming mere life or art becoming mere art.’”


Credits:
Debat Online is onderdeel van het project Laboratorium Actuele Kunstkritiek 2 dat mede is mogelijk gemaakt door het Fonds Podiumkunsten en het Mondriaan Fonds.